Kathleen Ferrier
  print this page
Blog Article - 19 August 2017

De waan(zin) van de dag

6 augustus jl, was ik in Hiroshima en stond aan de oever van de rivier waar duizenden mensen kleurige lampionnen te water lieten. Al die lampionnen droegen een boodschap van vrede. Vrede voor de stad Hiroshima, die op die dag exact 72 jaar geleden in de vroege ochtend door een atoombom verwoest werd, vrede voor de wereld.

 

Precies op die dag kwam Noord-Korea met de verklaring dat ze “de Verenigde Staten in een onvoorstelbare zee van vuur zullen doen veranderen” als die dreigen met sancties of door nucleaire acties het land kwaad doen.

 

Toeval

Je hoeft niet lang in Hiroshima of Nagasaki te zijn om de omvang te ervaren van de verwoestingen van de atoombom, Oppenheimers “deadly toy”, om met Sting te spreken. Allereerst door de vele monumenten en gedenktekens waar mensen met religieuze devotie bij stilstaan, buigen en bidden, maar ook door indrukwekkende musea. Daar beleef je die verschrikkelijke dag bijna opnieuw en zegt een vitrine met een bebloed jurkje van een zesjarig slachtoffertje meer dan duizend woorden.

 

Dan besef je dat het lot van ons, mensen, van een land en van onze wereld soms van toevalligheden afhangt. Want Hiroshima en Nagasaki werden uitgekozen als plekken voor de allereerste atoombommen omdat Henry L. Stimson, staatssecretaris van oorlog van president Truman, toevallig in Kyoto geweest was en daar onder de inruk geraakt van de vele tempels, keizerlijke tuinen en paleizen. Hoewel Kyoto, de voormalige hoofdstad van Japan, van groter militair belang was adviseerde hij Truman die stad te sparen. Truman, die min of meer onvoorbereid door de plotselinge dood van Roosevelt in de Oval Office terecht was gekomen, nam het advies klakkeloos over.

Omdat Kyoto gespaard bleef is het meisje van dat jurkje nu niet een 78-jarige oma die met haar kleinkinderen door het stadspark van Hiroshima wandelt. Puur toeval.

In een interessant artikel, “The danger of an Incurious President”, gepubliceerd in The New York Times, schetst Sarah Vowell hoe Truman, toen hij de effecten van de atoombom zag tot het inzicht kwam dat de beslissing om nucleaire wapens in te zetten door de VS, uitsluitend bij de president moest liggen. In zijn afscheidsspeech zei Truman dat het volstrekt ondenkbaar is dan een weldenkend mens ooit een nucleaire oorlog begint.

 

Presidenten en hun adviseurs, het kan ook anders lopen. Zoals in het geval van president John F. Kennedy. Die volgde juist niet de mening van zijn adviseurs tijdens de raketcrisis van oktober 1962. Hij maakte zijn eigen afweging en voorkwam daarmee een nucleaire oorlog. Reden? Hij had net “The guns of August” gelezen, over de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog geschreven door Barabara Tuchman. Eén ding stond JFK na lezing voor ogen: er mocht nooit een boek verschijnen met als titel “De rakketten van oktober”.

 

Brandhaard

Wie zoals ik, een aantal jaren in Azië woont en de (geopolitieke) ontwikkelingen hier volgt, verbaast zich over het gebrek aan Europese en internationale aandacht voor wat er in deze regio gebeurt. De Zuid-Chinese Zee is al jaren de meest ontvlambare brandhaard die onze wereld kent en daarmee het meest waarschijnlijke startpunt van een hopelijk nooit mee te maken Derde Wereldoorlog. Je leest er weinig over in de Europese media.

 

De recente geschiedenis laat ons zien hoezeer toeval, hoezeer al dan niet boeken lezende presidenten en adviseurs een rol spelen bij het al dan niet uitbreken van (nucleaire) oorlogen. De reactie van de Noord- Amerikaanse president op de Noord-Koreaanse verklaring van 6 augustus volgde twee dagen later: het regime in Pyongyang kan rekenen op “vuur en furie zoals de wereld nog nooit gezien heeft” als het niet inbindt.

 

Vuur en furie, erger dus dan 6 augustus 1945 in Hiroshima en 9 augustus in Nagasaki. Dit is de reactie van een president waarvan we weten dat hij geen boeken leest. Zijn belangrijkste adviseur en schoonzoon, Jared Kushner, de man die vrede in het Midden-Oosten moet bewerkstelligen en inhoud geven aan de belangrijkste bilaterale relatie die onze wereld anno 2017 kent, die tussen China en de USA, beweert “we hebben al genoeg boeken gelezen”.

 

Waar moeten we het van hebben deze dagen? Niet van de presidenten, niet van de adviseurs, en helaas ook niet van de boeken.  Ons eigen verstand, het in eigen omgeving volgen van ons hart en geweten en het als de wiede weerga bevorderen van internationale samenwerking tussen mensen van goede wil, is het enige wat we kunnen en moeten doen,  in deze tijden waarin we zijn overgeleverd aan de waan(zin) van de dag. 


  print this page close window